Het ideale ziekenhuis? Dat wemelt van de bacteriën!

Standaard

Het verrassende antwoord op de antibioticaresistentie: bacteriën meer ruimte geven.

Elk jaar sterven ongeveer 700.000 mensen door toedoen van infecties die niet meer te behandelen zijn met antibiotica. De bacteriën die deze infecties veroorzaken, zijn gaandeweg resistent geworden, wat betekent dat ze niet langer doodgaan als ze worden blootgesteld aan een antibioticum. Deze onoverwinnelijke bacteriën vind je wereldwijd en ze winnen terrein: naar verwachting zijn ze als het zo doorgaat tegen 2050 verantwoordelijk voor zo’n 10 miljoen doden per jaar.

Uitstel van executie
Dat doemscenario willen onderzoekers natuurlijk voorkomen. En dus zoeken ze hard naar een oplossing voor het probleem dat antibioticaresistentie heet. In veel gevallen richt die zoektocht zich op de ontdekking van nieuwe antibiotica. Maar die zoektocht verloopt moeizaam. Bovendien lijkt het een kwestie van tijd voor bacteriën zich aan eventuele nieuwe antibiotica hebben aangepast. Uitstel van executie dus. Genoeg reden om het over een andere boeg te gooien, vindt microbioloog Remco Kort, auteur van het onlangs verschenen boek ‘De microbemens‘. “De resistentieproblemen worden alleen maar groter door onze eenzijdige aanpak. We moeten wat meer lef tonen, de gebaande paden verlaten en andere oplossingen vinden door naar de natuur te kijken,” zo vertelt hij aan Scientias.nl.

Een ander veelbelovende manier waarop antibioticaresistentie wellicht het hoofd kan worden geboden, is door de inzet van fagen. Je kunt er hier alles over lezen. Kort verwacht er – ondanks dat het een veelbelovend alternatief voor antibiotica is – op korte termijn echter weinig van. Hij schrijft in zijn boek dat er maar weinig onderzoek gedaan wordt naar fagen en dat dat verschillende oorzaken heeft. “Over het algemeen is de mens behoudend, en geeft hij er de voorkeur aan door te modderen met wat er voorhanden is. Bovendien: de agenda wordt bepaald door de farmaceutische industrie. En die zoekt nog naar een verdienmodel. Zolang dat er niet is, zal er vanuit die hoek niet worden geïnvesteerd in onderzoek.”

Haat en liefde
Microben: wij mensen hebben er een haat-liefdeverhouding mee. We kunnen niet zonder, maar willen er tegelijkertijd eigenlijk niets van weten. Het is volgens Kort allemaal te herleiden naar de gloriedagen van Louis Pasteur en met name Robert Koch, de voorvaderen van de bacteriologie, die voor het eerst de technieken ontwikkelden om bacteriën te kweken. “De gevolgen van die bacteriën zijn meteen zichtbaar,” vertelt Kort. “De bacteriën veroorzaken een infectie en dat leidt tot allerlei symptomen: dat is een heel helder verhaal.” En dus ook een verhaal dat mensen gemakkelijk omarmen. Maar het is niet het hele verhaal. Want naast de ziekteverwekkende bacteriën zijn er ook nog de – veel talrijkere – ‘goede’ bacteriën die in, op en rondom ons leven en van groot belang zijn voor onze gezondheid. “We zijn ermee ge-co-evolueerd,” stelt Kort. “Sterker nog: wij zijn een succesvol product van de evolutie geworden door een samenwerking met microben. Wij geven ze te eten en zij beschermen ons.”

Wij mensen worden steeds ‘schoner’: we gebruiken antibiotica, antibacteriële zeep, desinfectiemiddelen, wonen vaker in steden en bevallen steeds vaker middels keizersnedes. Het resulteert allemaal in een verminderde blootstelling aan microben. Die verminderde blootstelling wordt in verband gebracht met een verhoogde kans op allergieën, astma, diabetes type I en MS.

Angst
Het is een succesvolle symbiose. Maar toch kunnen wij mensen het idee van die paar ziekteverwekkende bacteriën maar moeilijk loslaten. “We laten ons leiden door angst,” stelt Kort. En dus staat er antibacteriële zeep op het aanrecht en desinfecterend schoonmaakmiddel in de trapkast en zijn we maar wat blij als de huisarts ons na een weekje kwakkelen een antibioticum voorschrijft. Want bacteriën: daar willen we liever niet aan worden blootgesteld. Maar met die agressieve bejegening zorgen we er niet alleen voor dat de ‘slechte’ bacteriën het loodje leggen: de ‘goede’ exemplaren vallen net zo snel om. En dat is een probleem. Niet alleen omdat die goede bacteriën van belang zijn voor onze gezondheid op lange termijn (zie kader). Maar ook omdat die goede bacteriën ons kunnen helpen om de ‘slechte’ bacteriën – zonder tussenkomst van antibiotica – te bestrijden.

“OVERAL IN DE GANGEN VAN HET ZIEKENHUIS RUIKT HET NIET LANGER NAAR DESINFECTIEMIDDELEN, MAAR NAAR BOSLUCHT, GEGENEREERD DOOR BOSBACTERIËN, OFTEWEL STREPTOMYCETEN, DIE IN KLEINE VAATJES AAN DE MUUR GEKWEEKT WORDEN”

Concurrentie
De goede bacteriën zouden ons met name in ziekenhuizen – waar naar verhouding veel resistente bacteriën rondhangen – een grote dienst kunnen bewijzen, aldus Kort. “Nu wordt er met hygiëne-maatregelen in ziekenhuizen eenzijdig ingezet op het verdelgen van bacteriën.” Het resultaat: je verkrijgt ruimtes die vrijwel bacterie-vrij zijn. De droom van elke ziekenhuisdirecteur, maar in werkelijkheid een nachtmerrie. “Want wat is in een ruimte zonder bacteriën de enige bron van bacteriën? Andere patiënten.” Die daar niet voor niks liggen en dus waarschijnlijk ziekteverwekkers onder de leden hebben. En dankzij de schoonmaakploeg die alle bacteriën – op de exemplaren die in en op patiënten leven na – heeft uitgeroeid, hebben die ziekteverwekkers vrij spel en is de kans op een infectie groter. “Je kunt veel beter ook onschadelijke bacteriën uit de omgeving in ziekenhuizen toelaten, zodat zij als concurrentie kunnen dienen voor de ziekteverwekkers.”

Hygiëne
Het is een bijzonder toekomstbeeld, waar Kort wel enkele voetnoten bij wil plaatsen. Allereerst benadrukt hij dat hij er zeker niet voor pleit om het nieuwe protocol nu al uit te rollen: dat moet eerst onderzocht worden. Zo moet er bijvoorbeeld gekeken worden in welke ruimtes we het beste onschadelijke bacteriën kunnen toevoegen, “want het is duidelijk dat we geen risico’s kunnen nemen als het om kwetsbare patiënten gaat”. Het goede nieuws is dat alle technieken die nodig zijn om dergelijk onderzoek te verrichten, voorhanden zijn. Daarnaast onderstreept Kort nog eens dat hij zeker niet tegen hygiëne is. Sterker nog: zijn aanpak zou je hygiënisch kunnen noemen. “Hygiëne betekent letterlijk het voorkomen van ziekteverwekkers en ik wil dat doen door onschadelijke bacteriën toe te voegen. Dat is iets waar onderzoek naar gedaan zou moeten worden, omdat het een belangrijke oplossing zou kunnen zijn waar nu nauwelijks naar gekeken wordt.”

De meeste ziekenhuizen omarmen de niets ontziende desinfectiemiddelen. Slechts mondjesmaat worden er momenteel schoonmaakmiddelen die microben bevatten, ingezet. “Terwijl studies hebben aangetoond dat op deze wijze de aantallen hardnekkige ziekenhuisbacteriën onderdrukt kunnen worden, waaronder de beruchte Pseudomonas aeruginosa, Acinetobacter baumannii en Klebsiella pneumoniae,” zo schrijft Kort.

Hoe mooi het in theorie ook is: het vereist wel een cultuuromslag in ziekenhuizen die nu nog gebrand zijn op het verdelgen van alle micro-organismen. Toch denkt Kort dat zijn van bacteriën wemelende ziekenhuis op korte termijn werkelijkheid kan worden. “Het kan vrij snel gaan als er door antibioticaresistentie zoveel doden vallen dat er geen andere optie meer is.”

BRON: https://www.scientias.nl/ideale-ziekenhuis-wemelt-bacterien/

The Surprising Antimicrobial Powers of Copper

Standaard

Why modern hospitals are waking up to an ancient Egyptian secret.

You may think little would link smelly socks with the metallic element copper.

But since this post is brought to you by the team at uBiome, you’ll perhaps not be overly surprised to learn that, as ever, there’s a bacterial connection.

It’s bacteria’s interaction with sweat that causes foot odor, while copper has some pretty fascinating antimicrobial properties. More on this in a moment.

But first, an acknowledgement that socks and copper have indeed come together, with a little help from a company named Cupron that has developed odor-resistant socks, by incorporating antimicrobial copper in fabric.

These socks were even sent down to the trapped Chilean miners, who received them on Day 36 of their underground ordeal.

In fact, we were tipped off about copper’s extraordinary antimicrobial properties by a brief piece in The New York Times last week, which answered a reader’s question about the effectiveness of copper doorknobs at protecting patients from germs in hospitals.

Huh? Did you even know this was a thing?

Well, to be honest, we were surprised – and it set us off on a fascinating voyage of discovery.

According to The Wall Street Journal, more than 150 healthcare facilities in the US have installed various antimicrobial copper alloy fittings since 2011, largely as a reaction to the spread of antibiotic-resistant bacteria.

An informative review produced in 2011 by scientists at the University of Bern in Switzerland pointed out that, although the killing mechanism isn’t fully understood, a significant proportion of many pathogens die on copper services.

The phenomenon has come to be known as contact killing, which needs to be spelled carefully. Nothing to do with hitmen.

Going back centuries, copper was frequently used to store water after it was observed that water contained in copper vessels was of better quality than that held in containers made from other materials, developing little or no visible slime.

Actually, the use of copper for medicinal purposes goes way, way back, with a mention in what is considered to be one of the oldest-known books, the Smith Papyrus, written between 2600 and 2200 BCE.

It described the use of copper to sterilize chest wounds in ancient Egypt.

The Greeks, Romans, and Aztecs all used copper or copper compounds to treat conditions such as headaches, burns, ear infections, and – uh – intestinal worms.

Then, in 19th-century France, copper workers in Paris appeared to develop an immunity to cholera, an infection of the small intestine by certain strains of the bacterium Vibrio cholerae.

Jumping ahead to 1983, Dr. Phyllis Kuhn, now at Lake Erie Research Center at the University of Toledo, Ohio, conducted some remarkable (and, some may say, under-reported) research comparing brass and stainless steel door handles.

Brass is an alloy of copper and zinc, and stainless steel is an iron-chromium alloy.

Incredibly, the brass door handles inoculated with bacteria disinfected themselves in seven hours or less, while their stainless steel counterparts were still infected when the experiment ended three weeks later.

Even better, freshly scoured brass handles were bacteria-free in just an hour.

Dr. Kuhn urged healthcare facilities that were remodeling to retain their old brass door fittings rather than replace them with modern stainless steel ones.

It seems that while stainless steel can look clean, it’s actually pretty good at providing a long-term home for bacteria.

Copper, on the other hand, has some remarkable automatic antimicrobial properties, although, as a British study in 2013 pointed out, these can only be relied on when used alongside other methods of disinfection and overall hygiene.

One last, perhaps comforting, point about US coins.

Every single coin ever (well, apart from the 1943 Steel Wartime Penny) contains a certain amount of copper.

And we guess that may keep the microbes away from your moolah.

BRON: http://www.ubiomeblog.com/surprising-antimicrobial-powers-copper